

Arno is een fenomeen. Even absurdistisch als gevoelig. Met zijn nieuwe album Santeboutique bewijst de zeventiger niets van zijn streken te hebben verloren. Hij gromt, brult en giert en tovert surrealistische situaties tevoorschijn die zowel op de lachspieren werken als op het gemoed.
We spreken Arnaud Charles Ernest Hintjens, artiestennaam Arno (70), op een grijze middag in hartje Brussel. Hij woont er al jaren en behoort er, zogezegd, tot de vaste inventaris. Op zijn meesterwerk BRUSSLD (2010) verklankte hij de culturele smeltkroes die de stad heet te zijn als een lofzang. De stad is zijn biotoop. Brussel is in zekere zin ondefinieerbaar: een aangename melange van talen en culturen, een stamppot van vaagheid. Zo zou je Arno ook kunnen typeren. Hij voelt zich thuis in die wereld, spreekt een mishmash waarin plat Oostends, Engels en Frans doorklinken, en maakt muziek die geen grenzen verdraagt. Een ultieme wereldburger. Arno is Arno. Zijn stijl? Arnoïstisch.
Hij is per taxi onderweg, krijgen we te horen. En daar is hij: zonnebril op het hoofd, donker pak, warrige haren en waggelend als een clochard de luxe. “Ik heb geen rijbewijs. Daarom leven er nog zo veel mensen”, steekt hij van wal als we plaatsnemen in de lounge. Nee, van techniek heeft hij geen kaas gegeten. Hij toont zijn oude Nokia. “Een e-mail heb ik van mijn leven nog nooit verstuurd. Dat doet mijn zoon voor me. Ik ben een dinosaurus.”
Arno staat aan de vooravond van een nieuwe tour. SANTEBOUTIQUE is zijn dertiende album. Hoewel hij in interviews vaak uit één vaatje tapt, blijft hij muzikaal verrassen. Niet dat SANTEBOUTIQUE heel anders is dan zijn voorgaande albums, maar zijn tekstuele vondsten blijven fris en zijn muziek ademt, bij gebrek aan een beter woord, vitalisme. Zelfs als Arno zijn kunstje herhaalt, klinkt hij nieuw. Iemand die nooit verveelt.
Al sinds de jaren zeventig is hij als frontman van Tjens Couter, en sinds 1980 van het succesvolle TC Matic, een constante factor in het internationale club- en festivalcircuit. Met hits als Oh La La La, Putain Putain en Elle Adore Le Noir vestigde hij zijn naam. Zijn handelsmerk is vanaf het begin dat hij talloze muzikale invloeden samenvoegt: van funk tot hardrock en van blues tot dance en chanson. Als kleine jongen werd hij muzikaal wakker geschud toen hij Elvis op de radio One Night With You hoorde zingen. Bij het horen van Like A Rolling Stone van Bob Dylan wist hij dat muziek zijn bestemming was. “De Kinks, The Animals en The Rolling Stones wakkerden de interesse voor de blues in me aan. Vanuit Oostende keken we altijd naar Engeland.”
Ridder
Zijn albums IDIOTS SAVANTS (1993), À LA FRANÇAISE (1995), ARNO CHARLES ERNEST (2002), BRUSSLD (2010) en HUMAN INCOGNITO (2016) geven een goede indruk van de muzikale spanningsboog die Arno opzet. Een idiosyncratische man met een even eigenzinnig oeuvre. Soms gevoelig als een ware chansonnier, zoals in Les Yeux De Ma Mère, dan weer stuwend in het groteske Funky You’re Not of melodisch in Boogie Woogie Into Town. Prijsnummer op HUMAN INCOGNITO is I’m Just An Old Motherfucker, waarin hij een krachtig statement neerzet over zichzelf en de tijd waarin hij leeft: There is a time in life you have to protest / There is a time in love you have to take a rest. Arno is linksdragend. Hij is een overtuigd Europeaan die zich graag inzet voor vrede en verdraagzaamheid. In 2002 sloot hij aan in het rijtje Bob Dylan, Lou Reed en David Bowie, toen de Fransen hem tot Chevalier des Arts et des Lettres sloegen.
Geen man om naast zijn schoenen te lopen. Arno is allervriendelijkst en weet waar hij vandaan komt. Hij is een smakelijke verteller die met zijn pretoogjes altijd wel een mooie anekdote of pakkende oneliner paraat heeft, en hartelijk lacht om zijn eigen grappen.
Terwijl HUMAN INCOGNITO heel persoonlijk was qua thematiek, lijk je op SANTEBOUTIQUE meer bezig met de absurde wereld om je heen.
“Je hebt gelijk. SANTEBOUTIQUE richt zich meer op wat vandaag gebeurt. Ik heb soms het idee dat de symptomen van de jaren dertig terug zijn. De verrechtsing is een feit. Ik snap er geen zak van. Het is een bizarre tijd. Kijk naar de wereldleiders. We krijgen de klootzakken die we verdienen: Trump, Johnson en Wilders. Alle drie hebben daarbij ook nog een kapsel als een dwaas konijn. Dat kan geen toeval zijn.
In deze tijd zou ik huiverig zijn nog kinderen op de wereld te zetten. Ik heb zelf twee zonen, maar die zijn al lang het huis uit. Tegenwoordig is alles in verandering. Neem het klimaat. Ik kom uit Oostende, dat ligt aan zee. Misschien dat het later wel ín zee ligt. Het is moeilijk deze tijd te begrijpen. Er zit dus inderdaad woede in mijn nieuwe plaat. Maar ook liefde en nostalgie.”
Kom je nog wel eens in je geboortestad?
“In de winter ben ik er graag. Dan ga ik al vroeg op een terras zitten om naar de zee te kijken. Je ruikt de zee. Oostende kun je met je ogen dicht voelen en proeven. Dat zilte. Ik ben geboren in het jaar dat schilder James Ensor stierf. Hij ging altijd in het zwart, dat doe ik ook. Oostende was een halteplaats voor veel kunstenaars en wetenschappers. Einstein woonde er een tijd. En Marx. In mijn tijd strandden er veel muzikanten, zoals Eric Burdon van The Animals. Marvin Gaye woonde er een poos. Voor hem heb ik nog vaak gekookt. Ik was ooit kok.”
Je noemt SANTEBOUTIQUE een plaat, geen album?
“Voor mij is het een plaat. Vinyl. Ik ben niet van de moderne media.”
Die titel is nogal apart. Ik vond het woord niet in het woordenboek.
“Santeboutique betekent zoiets als zootje. Santekraam. Wij gebruiken dat woord in het Oostends. De wereld is een zootje; dat hebben wij er tenminste van gemaakt.”
Je bent een overtuigd Europeaan. Hoe komt dat?
“Mijn opa heeft in zijn leven twee wereldoorlogen meegemaakt, mijn vader één. Ik ben de eerste generatie die geen oorlog heeft gekend.”
Hij spreekt een mishmash waarin plat Oostends, Engels en Frans doorklinken en maakt muziek.
“We mogen wel wat dankbaarder zijn voor de Europese gedachte. Ik voel me een echte Europeaan, daarom woon ik ook in Brussel. Vijftig kilometer verder ligt Nederland en de andere kant op Frankrijk. In alle landen om me heen voel ik me Europeaan. Grenzen zeggen me niks.”
Het absurdisme is altijd in jouw muziek aanwezig. Een macrobiotische vegetariër wordt in Les Saucisses De Maurice verliefd op een slager die gespecialiseerd is in worst maken. Kan surrealisme de wereld redden?
Hij lacht. “Ik droom dit soort zaken. België is niet voor niets het land van het surrealisme. Kijk maar naar de beeldende kunst, naar Magritte of Spilliaert. Het zit ook diep in mij. In They Are Coming liet ik een rabbijn dansen met een moslim, een protestant met een boeddhist en links met rechts. Dat is een utopie, maar mooi zou het wel zijn. Ik blijf dat dromen. Als God bestaat, maken we het hem wel heel lastig hier beneden. Als hij naar zijn schepping kijkt, zal hij verdrietig zijn. Of hij moet een vreemd soort gevoel voor humor hebben.”
Kan muziek iets betekenen in het beter maken van deze verdorde wereld?
“Vroeger geloofden we dat. Muziek was revolte, opstand. Neem Dylan. Ik hoorde hem toen ik zestien was. Like A Rolling Stone is het beste nummer ooit gemaakt. Hij begon als protestzanger. Muziek bracht mensen samen. Muziek was een geloof. Tegenwoordig is het allemaal individueler. Rock-’n-roll belichaamt de opstand niet meer. De roll is uit de rock en de rock uit de roll. Ik maak me wel zorgen over deze tijd, maar muziek is het enige dat me nooit heeft teleurgesteld. Door de muziek heb ik mezelf ontdekt. Ze gaf me een stem, zelfs toen ik als jongen nog stotterde. Dus ik blijf muziek maken. Voor doodgaan heb ik voorlopig geen tijd.”
SANTEBOUTIQUE klinkt lekker gruizig. Veel uptempo en energie. Het lijkt me niet dat je lang in de studio bent geweest.
“Dat klopt. Ik werk altijd impulsief en ben niet langer in de studio dan noodzakelijk. Ik heb dit album in een goede week opgenomen. Om elf uur was ik er en om zes uur ging ik weer op huis aan.”
Kom je dan met een volledig uitgewerkt idee naar de studio, of klooi je maar wat aan tot er een liedje uitrolt?
“Op papier werk ik een liedje uit. Ik schrijf de tekst met pen en papier. Soms op een bierviltje. De ideeën kunnen overal opdoemen. Mensen inspireren me. Ook in de trein werk ik vaker ideeën uit. De muziek ontstaat in de studio, met de muzikanten. Dat gebeurt intuïtief. Over dat proces wil ik eerlijk gezegd nooit te veel nadenken. Ik ben bang dat ik het verlies als ik weet hoe het exact functioneert.”
De tour gaat in januari 2020 van start. Word je dat nooit moe? Altijd weer spelen, kriskras door Europa?
“Optreden vind ik juist geweldig. Dat geeft me een kick. Ik drink niet als ik toer, uit respect voor het publiek. Als ik niet optreed, ben ik graag op café. Dan drink ik met plezier. Op tournee leef ik redelijk gezond en gedisciplineerd. Ik ben verslaafd aan adrenaline en optreden geeft me die. Optreden vermoeit me nooit. En wat moet een dinosaurus als ik anders? Ik kan geen brood bakken en voor loodgieter ben ik ook niet in de wieg gelegd. Ik heb twee linkerhanden. Muziek is het enige wat ik kan. En alles wat ik wil.”








