Magazine

Sporen van een maker

Elke voorstelling draagt de sporen van een maker. Van herinneringen, afkomst, ervaringen en overtuigingen. Tijdens de Nederlandse Dansdagen 2026 onderzoeken we met elkaar – publiek, makers, dansers – hoe die persoonlijke en culturele bagage gestalte krijgt in beweging. Voor Claudia Laenen en Lobke Nabuurs vormt die zoektocht de rode draad van hun eerste festival onder gezamenlijke leiding.

Voor beide directeuren voelt deze editie als een nieuw begin. Vorig jaar maakten ze al deel uit van de leiding, maar nu is er een programma dat uit hun gezamenlijke visie voortkomt.

“Dit is ons eerste inhoudelijke festival”, zegt Lobke Nabuurs. “Nu voelen we de ruimte om ideeën die al langer leven daadwerkelijk zichtbaar te maken.”

Die ideeën vertrekken vanuit een fundamentele vraag: wat heeft de Nederlandse dans vandaag nodig? Volgens Laenen en Nabuurs ligt het antwoord in verdieping, context en aandacht voor wat zich onder de oppervlakte afspeelt.

We pretenderen niet dat wij alle antwoorden hebben. Juist de vragen interesseren ons.’

Blikverruiming

“We willen opnieuw scherper kijken naar onze verantwoordelijkheid als festival”, zegt Claudia Laenen. “Naar de rol die we kunnen spelen binnen het Nederlandse dansveld, maar ook naar de vragen die leven in de samenleving. Kunst kan iemand anders naar de wereld laten kijken. Blikverruiming, als het ware.”

Dat krijgt onder meer vorm in het focusprogramma Dans & Culturele Identiteit. Makers onderzoeken daarin hoe afkomst, migratie, familiegeschiedenis, herinneringen en persoonlijke ervaringen doorwerken in hun artistieke praktijk. Niet als illustratie van een maatschappelijk debat, maar als bron van verbeelding, reflectie en nieuwe verhalen.

Laenen: “We pretenderen niet dat wij alle antwoorden hebben. Juist de vragen interesseren ons. Welke perspectieven ontbreken soms? Welke stemmen horen we nog onvoldoende? En met welke blik kijken wij zelf?”

Volgens Nabuurs schuilt daarin de bijzondere kracht van dans. Waar woorden soms verharden of vastlopen, blijft het lichaam in beweging.

“Er zit ontzettend veel wijsheid in het lichaam. Iemand zei ooit tegen mij: we denken vaak dat we denkmachines zijn die kunnen voelen, terwijl we eigenlijk voelmachines zijn die kunnen denken. Dat idee raakt precies aan wat dans kan doen. Het haalt je uit je hoofd en spreekt een laag aan die vaak dieper ligt dan taal.”

Claudia Laenen en Lobke Nabuurs

Nieuwsgierig

“Ik hoop dat mensen opnieuw nieuwsgierig durven zijn”, zegt Nabuurs. “Nieuwsgierig naar elkaar, naar andere ervaringen, naar wat ze misschien nog niet kennen.”

Die open houding vraagt ook iets van het festival zelf. Programmeren is volgens Laenen vaak een koorddans tussen herkenning en verrassing, tussen gevestigde namen en nieuwe stemmen, tussen klassiek repertoire en werk dat nog volop in ontwikkeling is.

“Juist die spanning maakt een programma interessant. Je zoekt voortdurend naar een evenwicht tussen raken en verrassen. Tussen vieren wat er al is en ruimte maken voor wat nog moet ontstaan.”

Dat laatste verklaart ook de aandacht voor mid-career makers: kunstenaars die hun sporen hebben verdiend, maar voor wie zichtbaarheid en ondersteuning allerminst vanzelfsprekend zijn.

“Zij vormen een onmisbare schakel binnen het dansveld”, zegt Laenen. “Wij vinden dat hun werk gezien moet worden.”

Danskracht

De belangstelling voor wat mensen beweegt, krijgt ook vorm in Danskracht, een meerjarige programmalijn waarin Nederlandse Dansdagen onderzoekt hoe dans kan bijdragen aan nieuwe manieren van denken over gezondheid, kwetsbaarheid en samenleven. Die ambitie blijft niet beperkt tot Maastricht. Met regio-edities in Tilburg, Enschede en Zwolle brengt het festival dans naar plekken waar nieuwe verhalen, perspectieven en gemeenschappen samenkomen.

“Mentale gezondheid is een van de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd”, zegt Nabuurs. “Dans biedt daarbij een bijzondere ingang. Via het lichaam, via verbeelding en via gedeelde ervaringen.”

Laenen ziet daarin een logische verlenging van de artistieke opdracht van het festival.

“Het gaat ons niet om dans als therapie. Het gaat om de kracht van kunst om nieuwe perspectieven te openen. Om zichtbaar te maken wat mensen voelen, maar niet altijd onder woorden kunnen brengen.”

Zo ontstaan nieuwe ontmoetingen tussen dans en publiek, juist ook buiten de traditionele theatercontext. In Maastricht komt die beweging deze herfst samen in een festival dat niet alleen wil laten zien wat dans is, maar ook wat zij in beweging kan zetten.

Deze inleiding is verschenen in de Nederlandse Dansdagen Magazine

Meer artikelen